Vooruit trappen

Vooruit trappen

Vooruit trappen

Zeven dagen, van Utrecht naar Parijs, in mijn eentje. Al mijn spullen op mijn fiets.
Dat het Parijs zou worden wist ik pas op dag twee.

De eerste dagen kromp mijn leven tot vijf dingen. Tent, koffie, eten, water en de route.
Alles wat daar niet in past viel weg. Werk, telefoon, afspraken, wat anderen van me nodig hebben. Ik merkte pas hoeveel dat is toen het er even niet was.

Mijn hoofd werd daar niet stil van. Dat wordt het nooit. Wat wel veranderde is wat mijn hoofd van me kon eisen. Thuis wil elke gedachte iets van me. Een besluit, een gesprek, iets wat ik moet oplossen. Onderweg kan dat niet. En een gedachte die niks van je kan krijgen, gaat op een gegeven moment vanzelf weer weg.

Wat overbleef was trappen.
Ik heb mijn hele leven geleerd dat doorgaan de manier is om te overleven. Blijven functioneren, in beweging blijven, vooral niet te lang stilstaan want dan haalt alles je in.
Op een fiets is doorgaan iets anders. Je moet die camping halen en je komt er alleen door te trappen. Voor het eerst in tijden was doorgaan niet iets wat ik deed om iets vóór te blijven. Het was gewoon de richting van de weg.

Halverwege brak ik alsnog. Om een doodlopende weg. Dat ken ik, het is nooit dat ene ding. Het is alles wat je hebt ingeslikt en dat wacht op een andere aanleiding. Alsof instorten pas mag als er een reden bij zit die je aan iemand kan uitleggen. Ik heb daar langs de kant gezeten en gehuild. En daarna ben ik weer opgestapt, want er was verder niks te doen.

Dat is het punt waarop alleen zijn echt alleen zijn wordt. Niemand neemt het van je over. Niemand zegt dat het wel goed komt, niemand rijdt vast een stukje vooruit om te kijken of de weg toch ergens uitkomt. Je staat op omdat er geen andere optie is.

De dagen daarna werd het rustiger. Je fietst dwars door het leven van andere mensen heen. Iemand sproeit zijn tuin, praten met elkaar, een hond blaft alsof je iets komt halen. Je mag even meekijken en dan ben je weer weg.

En alleen zijn werkt twee kanten op. Overdag praat je met meer vreemden dan thuis in een hele week, want in je eentje op een fiets met tassen ben je vrijer en worden andere mensen ineens ook aardiger.

Maar ’s avonds is het stil bij je tent. En hoe mooier de zonsondergang, hoe liever je hem met iemand deelt.

Zeven dagen achter elkaar, met bagage, vele kilometers. Mijn lijf bracht me gewoon naar Parijs. En zo gewoon voelt en is dat niet, als je kijkt naar wat er allemaal gebeurd is de afgelopen jaren.

Nu ik thuis ben, is er iets wat echt is blijven hangen. Doorgaan is niet hetzelfde als iets achter je laten. Maar vooruitgaan omdat je niet stil durft te staan is wel iets anders dan vooruitgaan omdat de weg die kant op loopt.
Zeven dagen lang liep de weg gewoon die kant op.

Het was mooi en het was pittig tegelijk, de hele tijd.
Zwaar én bijzonder 🫶🏼

 

 

Vooruit trappen

Zeven dagen, van Utrecht naar Parijs, in mijn eentje. Al mijn spullen op mijn fiets.
Dat het Parijs zou worden wist ik pas op dag twee.

De eerste dagen kromp mijn leven tot vijf dingen. Tent, koffie, eten, water en de route.
Alles wat daar niet in past viel weg. Werk, telefoon, afspraken, wat anderen van me nodig hebben. Ik merkte pas hoeveel dat is toen het er even niet was.

Mijn hoofd werd daar niet stil van. Dat wordt het nooit. Wat wel veranderde is wat mijn hoofd van me kon eisen. Thuis wil elke gedachte iets van me. Een besluit, een gesprek, iets wat ik moet oplossen. Onderweg kan dat niet. En een gedachte die niks van je kan krijgen, gaat op een gegeven moment vanzelf weer weg.

Wat overbleef was trappen.
Ik heb mijn hele leven geleerd dat doorgaan de manier is om te overleven. Blijven functioneren, in beweging blijven, vooral niet te lang stilstaan want dan haalt alles je in.
Op een fiets is doorgaan iets anders. Je moet die camping halen en je komt er alleen door te trappen. Voor het eerst in tijden was doorgaan niet iets wat ik deed om iets vóór te blijven. Het was gewoon de richting van de weg.

Halverwege brak ik alsnog. Om een doodlopende weg. Dat ken ik, het is nooit dat ene ding. Het is alles wat je hebt ingeslikt en dat wacht op een andere aanleiding. Alsof instorten pas mag als er een reden bij zit die je aan iemand kan uitleggen. Ik heb daar langs de kant gezeten en gehuild. En daarna ben ik weer opgestapt, want er was verder niks te doen.

Dat is het punt waarop alleen zijn echt alleen zijn wordt. Niemand neemt het van je over. Niemand zegt dat het wel goed komt, niemand rijdt vast een stukje vooruit om te kijken of de weg toch ergens uitkomt. Je staat op omdat er geen andere optie is.

De dagen daarna werd het rustiger. Je fietst dwars door het leven van andere mensen heen. Iemand sproeit zijn tuin, praten met elkaar, een hond blaft alsof je iets komt halen. Je mag even meekijken en dan ben je weer weg.

En alleen zijn werkt twee kanten op. Overdag praat je met meer vreemden dan thuis in een hele week, want in je eentje op een fiets met tassen ben je vrijer en worden andere mensen ineens ook aardiger.

Maar ’s avonds is het stil bij je tent. En hoe mooier de zonsondergang, hoe liever je hem met iemand deelt.

Zeven dagen achter elkaar, met bagage, vele kilometers. Mijn lijf bracht me gewoon naar Parijs. En zo gewoon voelt en is dat niet, als je kijkt naar wat er allemaal gebeurd is de afgelopen jaren.

Nu ik thuis ben, is er iets wat echt is blijven hangen. Doorgaan is niet hetzelfde als iets achter je laten. Maar vooruitgaan omdat je niet stil durft te staan is wel iets anders dan vooruitgaan omdat de weg die kant op loopt.
Zeven dagen lang liep de weg gewoon die kant op.

Het was mooi en het was pittig tegelijk, de hele tijd.
Zwaar én bijzonder 🫶🏼

 

 

Recent Posts

Laatste nieuws

Copyright © 2023  - Carlijn Mol