Website van Carlijn mol

Carlijn Mol

Hartje zomer ’96 kom ik ter wereld in het ziekenhuis. Een plek, die ik vaker in mijn leven terug zal...

Meer informatie

Carlijn Mol

Hartje zomer ’96 kom ik ter wereld in het ziekenhuis. Een plek, die ik vaker in mijn leven terug zal zien. Maar dat weet ik dan nog niet. Tamelijk onbezorgd groei ik de eerste 8 jaar van mijn leven op in het Utrechtse Lunetten. Ik ben op school graag gezien. Alles wordt anders als mijn ouders besluiten te verhuizen en uiteindelijk zelfs te scheiden.

Op mijn nieuwe school ben ik zacht gezegd niet populair en ook het mikpunt van pesterijen omdat ik een stoer meisje ben. Misschien wel daarom sla ik fanatiek aan het sporten: basketballen, voetballen, fietsen, atletiek. Ik ga er helemaal in op. De sport kan echter niet voorkomen dat ik voor het eerst depressief word. Een periode die ik na een opname in het ziekenhuis doorsta en die ik achter me wil laten met het besluit mijn haar te laten groeien. En me te kleden als een “meisje-meisje”. Precies zoals de samenleving dat verlangt.

Als “meisje-meisje” word ik nóg ongelukkiger. Juist omdat ik zo bezig ben met wat andere mensen van mij denken. Na drie lange jaren, knip ik mijn haar weer af en ga ik stoere kleding dragen. Een periode waarin ik voor het eerst frustraties en emoties begin te verwerken in creatieve projecten.

Met name video’s maken is iets waar ik mij uren in kan verliezen. Maar voor dit echt serieuze vormen aanneemt volgt nog een inktzwarte periode met een langdurige opname. Daaruit volgt ook een eerste echte diagnose die mij vertelt dat ik dus niet gek ben. Het blijkt “doodgewoon” borderline te zijn. Daar maak ik overigens geen geheim van, immers het hoort bij mij. Ik schaam me er niet voor en daarom ben ik hier meerdere malen op nationale televisie voor uitgekomen.

Tijdens mijn laatste opname begin ik met het maken van muziek, iets dat mij echt heel veel brengt. Daarnaast sta ik als ervaringsdeskundige steeds vaker zorgprofessionals en andere cliënten in de GGZ bij met raad en daad.
Al met al kan ik zeggen dat ik echt blij ben met wie ik geworden ben. Daarom schaam ik me niet meer als ik bijvoorbeeld naar de mannenafdeling ga om te shoppen. De samenleving leert vanzelf wel dat zij geen onmogelijke dingen meer van mij kan eisen.